De wijnbereiding


Traditioneel wordt de wijn in Chateauneuf-du-Pape gevinifieerd in betonnen tanks. Sinds de jaren '80, hebben vele wijnmakers gekozen voor het gebruik van roestvrijstalen tanks die meer hygiënisch, gemakkelijk zijn schoon te maken alsmede ter ondersteuning van een betere temperatuurregeling. Ze zijn technisch veel efficiënter. Echter, recentelijk gaan sommige wijnmakers  weer terug naar betonnen tanks die aanzienlijke zijn verbeterend. De wanden binnenin zijn nu gecoat voor eenvoudige reiniging en vanwege hun dikte hebben ze betere thermische regulatie.

Voor de vinificatie van de druiven in de tank zijn er twee opties voor de wijnmakers. De eerste is om verschillende rassen te mengen in dezelfde tank, ook wel co-vergisting genoemd. De tweede is om de druiven afzonderlijk te vinifieren waardoor hun belangrijkste kenmerken intact blijven  om vervolgens later te kunnen assembleren.

Een andere trend in de wijnbouw is het gebruik van taps toelopende houten vaten. Hun basis is breder dan de bovenkant, zodat de ‘kap’ wordt vastgehouden waardoor een betere maceratie wordt bereikt. Een ander voordeel van deze vaten is dat ze wijnen produceren met extra tannine en eikenhout aroma's alsmede het verkrijgen van flexibiliteit en complexiteit. Zoals beton, heeft hout kwaliteiten van thermische inertie. Tenslotte worden deze tanks ook gebruikt voor de veroudering van de wijn. In de kelders vormt de uitlijning van de vaten  voor een prestigieuze sfeer.

De druiven, waarvan de schillen zijn bedekt met inheemse gist worden vervolgens in gistingsvaten gepompt (beton, eikenhout, of roestvrij staal). De gist zet het natuurlijke druivensuiker om in alcohol en koolzuurgas, dat nadien verdwijnt in de atmosfeer. Het sap, nu genaamd "must," gist bij een gecontroleerde temperatuur (26-33°C) gedurende 1 tot 4 weken (afhankelijk van het gewenste profiel van de wijn) totdat alle suiker is omgezet.

Na maceratie wordt de ‘vin de goutte’ oftewel het vrije sap (ongeveer 80% van het uiteindelijke volume), overgeheveld in een vat of tank. De vaste materie wordt vervolgens verwijderd en geperst. De resulterende perswijn wordt gemengd met het vrije sap of apart gehouden, afhankelijk van de gewenste kwaliteit. Veroorzaakt door melkzuurbacteriën, begint malolactische gisting kort daarna. Dit transformeert appelzuur in melkzuur waardoor de pH toeneemt (dus afname van agressieve zuren) en  de wijn een ronder karakter krijgt.

De rode wijn wordt vervolgens gerijpt in vaten, roestvrij staal, epoxy, beton of in houten ‘foudres’ (verschillend qua grootte). Gedurende deze periode kan de wijn een of meerdere keren worden overgepompt. Voor het bottelen (of eerder in sommige gevallen), wordt de wijn gemengd en/of gefilterd als de wijnmaker dat wenst. Eenmaal gebotteld wordt de wijn, idealiter, opgeslagen voor 1 tot 12 maanden ter stabilisatie alvorens de etikettering en verzending plaatsvindt.

Ook de witte Châteauneuf druiven worden over het algemeen geperst, meestal zonder deze te ontstelen en zodra ze aankomen in de wijnkelder bij een lagere temperatuur dan de rode wijnen (12-20ºC) gefermenteerd. Dit kan plaatsvinden in roestvrij stalen vaten of eiken vaten. Veroudering is meestal kort (3-6 maanden) en soms wordt de wijn van verschillende druivensoorten apart gerijpt in eiken vaten op hun eigen droesem. Malolactische gisting wordt normaal geblokkeerd om een hogere aciditeit te behouden.

  • De wijnbereiding
  • De wijnbereiding
  • De wijnbereiding